Onderwijs


Op iedere school voor voortgezet onderwijs worden de opleidingen voor Havo en voor VWO in tweeën gedeeld: een onder – en een bovenbouw. Voor dit leerjaar geldt hetzelfde als voor de andere leerjaren op onze school: we willen modern en eigentijds zijn en kwaliteitsbewust onderwijs geven.  Uiteraard is dat belangrijk voor elke school. Maar zeker voor een gereformeerde school, waar ouders ervoor kiezen om hun kinderen soms grote afstanden te laten reizen om ‘onderwijs op (christelijke) maat’ te krijgen.


Eigentijds onderwijs

Onderwijs geven we aan kinderen van deze tijd. We werken mee aan hun toekomst. Om eigentijds onderwijs te kunnen geven letten we op de ontwikkelingen in de wetenschap en in de maatschappij . We nemen kennis van nieuwe ontwikkelingen en beoordelen ze op bruikbaarheid en toepasbaarheid. Zowel qua denkwijze als gericht op de praktijk. Zo willen we bijvoorbeeld voorkomen dat alle elementen van het zogenaamde nieuwe leren óf terzijde worden gelegd óf kritiekloos worden overgenomen.


Kwaliteitsbewust

We vinden het belangrijk dat de leerling door ons wordt ondersteund en gestimuleerd in zijn of haar eigen leerproces. Dat doen we niet door individueel onderwijs te geven . Wel hebben we als uitgangspunt dat docenten: 1. aantoonbaar omgaan met verschillen tussen leerlingen en 2. zijn. Het moet voor ouders en leerlingen te merken zijn dat onze manier van onderwijs geven leerlingen uitdaagt en hen motiveert om te leren.


Identiteit

Op een Gereformeerde school mag u verwachten dat Identiteit veel aandacht krijgt. Natuurlijk gebeurt dat bij de dagopeningen. We maken dan gebruik van het boekje Remix. De thema’s zijn vaak zo uitdagend dat het genoeg stof geeft tot nadenken en bezinning. Daarnaast geeft de reguliere leerstof regelmatig aanleiding tot discussie rond Identiteitsonderwerpen. Dit jaar willen we ook een viering organiseren rond een thema.


Pegogisch klimaat

We willen voor de leerlingen op school een veilig leef- en werkklimaat creëren. Het is belangrijk dat voor de leerlingen duidelijk is wat mag en niet mag. Alle leerlingen hebben een kaartje gekregen met daarop de belangrijke regels. We hebben in de onderbouw een afsprakengids voor docenten. Het is bedoeling dat daardoor alle docenten dezelfde regels hanteren. Het pedagogisch klimaat komt regelmatig terug op  docentenvergaderingen


Present zijn

Docenten en leerlingen vormen op school een werkverband. Met daarbinnen een eigen taak- en rolverdeling en met eigen verantwoordelijkheden. De docent is er voor de leerling, om hem of haar te helpen, te corrigeren, te stimuleren, te doceren, enzovoort. Kortom een docent is als professional voor de leerling ‘present’. Dat wil zeggen: merkbaar, voelbaar, altijd beschikbaar en bereid om te helpen. Zoiets lijkt op wat vandaag de dag klantvriendelijkheid wordt genoemd. Maar het is meer. De rol van de medewerkers op school is misschien het best op te vatten als dienend leiderschap aan de leerling. Door zo te spreken over de rol van de docent ontstaat er een extra dimensie en een christelijke invulling aan het tegenwoordig veel gebruikte begrip coach. De leerling is voor de docent dus geen nummer maar een uniek schepsel dat gekend wordt en geholpen mag worden bij zijn of haar leertraject op weg naar volwassenheid.


Weekopbouw

Op school duren de contactmomenten met de docent 75 minuten. Leerlingen hebben elke week 22 lesblokken. Hiervan worden 20 lesblokken door vakdocenten met wisselende werk- en leervormen ingevuld. In het lokaal, maar soms ook daarbuiten in de studieruimten op de diverse vleugels of in de mediatheek of computerlokaal. Daarnaast heeft elke mentor per week twee keer 75 minuten om ‘er voor de leerlingen te zijn’. Hij heeft hiervoor een vastgesteld, flexibel en gedifferentieerd programma en ook tijd voor individuele gesprekken. De mentoren gebruiken hierbij een leerlingvolgsysteem.


4 perioden en 4 STOP-weken

Het schooljaar is opgedeeld in vier min of meer gelijke perioden. Elke periode wordt afgesloten met een STOP-week. Uitleg: S = sport, T = toetsen, O = overleg, P = presentaties en projecten. In deze week wordt voor een deel van de week  het normale lesrooster losgelaten. In plaats daarvan worden per leerjaar les- en vakoverstijgende activiteiten georganiseerd. In en buiten de school. We willen tijdens de projecten werken met de volgende thema’s: Sport, Grote stad en vakantie, en de Reformatie. Daarnaast hebben de leerlingen een project met Kunst en cultuur. In iedere stopweek zit ook een toetsdag waarop de leerlingen drie of vier toetsen krijgen.


Beoordelen, becijferen en bevorderen

Om voldoende zicht te houden op de studievoortgang van de leerling worden overhoringen en toetsen gegeven. Meestal door de vakdocent tijdens de contacttijd voor een bepaald vak. Er wordt ook getoetst tijdens de STOP-week. De cijfers tot en met de STOP-week tellen mee om per periode te kunnen bepalen wat de stand van zaken is.


Ná elke periode worden de resultaten van de leerlingen besproken en ontvangen de ze een rapportkaart met de voorlopige cijferstand van dat moment. Het eindcijfer wordt dus bepaald door het gemiddelde van alle behaalde cijfers. De cijfers aan het eind van rapport 4 zijn bepalend voor de overgangsvergadering. Waarbij de cijfers die door het hele jaar behaald zijn getotaliseerd worden in een eindcijfer. Deze vergadering wordt voorbereid door de adjunct directeur en de mentor. De mentor geeft de docenten een bevorderingsadvies op basis van zijn kennis van de leerling en de beoordeling van zijn of haar leerproces. De overgangsvergadering beslist. De normen voor overgang zijnte vinden op de site van het Greijdanus.


Determinatie

Een beter zicht krijgen op de leerlingen. In welke afdeling is de leerling het beste thuis? Is uw kind een Havo- of Vwo-leerling? De afgelopen jaren zijn we bezig geweest om leerlingen goed te kunnen beoordelen op hun vaardigheden d.m.v. rubrics en hebben we werk gemaakt van onze toetsen. Waaraan moet een goede toets voldoen en hoe stel een  goede toets samen? In dit jaar willen we de opgedane kennis gebruiken om leerlingen beter te begeleiden en aan het einde van het jaar goed te verwijzen.


Rekenvaardigheden

Op school merken we dat de rekenvaardigheden die de leerlingen op de basisschool hebben geleerd snel wegzakken. Om deze vaardigheden bij te houden en verder te ontwikkelen werken de leerlingen in de onderbouw op de computer aan hun rekenvaardigheden. Binnenkort krijgen ze een instaptoets om hun niveau te bepalen. Aan het einde van iedere periode krijgen de leerlingen een toets op hun eigen niveau. Tijden het B-blok en thuis kunnen ze op de computer werken aan hun rekenvaardigheden.


Universumschool

Greijdanus is Universumschool. Dat betekent dat we leerlingen stimuleren om een N-profiel te kiezen. De keuze voor het N-profiel zit bij ons in de lift. De cijfers liggen momenteel op het landelijk gemiddelde. Lees meer.


Klik hier voor informatie over het eerste leerjaar
Informatie over HV 2 lees je hier.
Voor HV 3 klik je hier om meer te lezen.