Excursie Ieper

Door leerlingreporter Gerjan Brinksma, foto’s: dhr. Odding en Gerjan Brinksma
26-04-2016 | Vrijdag 22 en zaterdag 23 april bezochten Greijdanus-leerlingen Ieper en omgeving in België. De reis stond in het teken van de Eerste Wereldoorlog. Deze excursie voor geschiedenisleerlingen uit tl 4, havo 5 en vwo 5 werd georganiseerd door de sectie geschiedenis.

De leerlingen bezochten meerdere locaties in West-Vlaanderen. In deze streek is tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) vier jaar lang gevochten. De Eerste Wereldoorlog werd vooral gekenmerkt door de langdurige strijd in de loopgraven. Dit was ook zo in West-Vlaanderen. Beide partijen, de geallieerden (Engeland, Frankrijk en Rusland) en de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Ottomaanse rijk en Bulgarije), konden hier geen grote overwinning behalen. De soldaten zaten dag en nacht in de loopgraven onder de dreiging van kogels, bommen en gifgas. Met deze excursie kregen de leerlingen een indrukwekkend beeld van de verschrikkingen die toen plaats hebben gevonden.

IJzertoren
Allereerst werd Museum aan de IJzer in Diksmuide bezocht. Hier kregen ze uitgebreide informatie over de Eerste Wereldoorlog. Het museum is gevestigd op alle 22 verdiepingen van de IJzertoren. In 1929 is de oorspronkelijke toren gebouwd, maar die werd kort na de Tweede Wereldoorlog door onbekenden met dynamiet verwoest. De brokstukken van die toren zijn gebruikt voor de Paxpoort of Poort van Vrede. De IJzertoren is vernoemd naar de rivier de IJzer. De rivier was onderdeel van de frontlinie en in 1914 vond er de Slag om de IJzer plaats.
Het museum is tegelijk ook een herdenkingsmonument. Aan de voet van de toren staat in vier talen (Nederlands, Frans, Duits en Engels) de wens ‘Nooit meer oorlog’ te lezen. Dat is het hoofddoel van dit museum: mensen bewust maken van het belang van vrede.

In Diksmuide werd ook de Dodengang bezocht, het enige bewaarde Belgische loopgravenstelsel uit de Eerste Wereldoorlog. Bezoekers kunnen daar doorheen lopen en zo een goed beeld krijgen van hoe het front eruit zag. De naam ‘Dodengang’ is omdat vele soldaten daarin gesneuveld zijn.

Last Post
’s Avonds woonden de leerlingen de Last Post bij in Ieper. Sinds 1928 is in de Menenpoort elke dag om 20.00 uur een herdenking van de vermiste Engelse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. In de Menenpoort staan de 54.896 namen van vermiste soldaten van het toenmalige Britse imperium, van het begin van de oorlog tot 15 augustus 1917 (de namen van vermisten van 16 augustus 1917 tot het einde van de oorlog staan vermeld bij het Tyne Cot Cemestery, dat later ook bezocht werd). De herdenking begon door het blazen van de Last Post. Dit gebeurde door klaroeners van de Last Post Association. Daarna word een strofe voorgelezen uit het gedicht For the fallen van L. Binyon. Dit geeft duidelijk de reden voor het herdenken weer:

They shall grow not old, as we that are left grow old:
Age shall not weary them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning
We will remember them.

Na het ‘we will remember them’ wordt een indrukwekkende minuut stilte gehouden. Er worden kransen gelegd door scholen, nabestaanden en soldaten. De herdenking wordt afgesloten met de Reveille.

Begraafplaatsen
Op zaterdag werden een Duitse en een Engelse begraafplaats bezocht.  In Langemark bevindt zich een Duitse begraafplaats. Hier liggen 44.324 Duitse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog begraven. In een massagraf liggen de stoffelijke resten van meer dan 25.000 soldaten. Deze begraafplaats werd  tijdens de Tweede Wereldoorlog door Adolf Hitler bezocht, om de ‘kameraden’ te eren.

Het Tyne Cot Cemestery in Passendale is een Britse begraafplaats, waar 11.953 Britse soldaten begraven zijn. Deze ‘Britse’ soldaten komen uit het Gemenebest van Naties, wat betekent dat er onder andere Australiërs, Engelsen, Canadezen en Nieuw-Zeelanders liggen. Op de begraafplaats staan witte grafstenen. Op de stenen van onbekende soldaten staat de tekst ‘Soldier of the Great War’ en daaronder ‘known unto God’. Achteraan staat de halfcirkelvormige Tyne Cot Memorial. Dit is een lange muur met 34.863 namen van vermiste Britse soldaten, zoals gezegd van 16 augustus 1917 tot het einde van de oorlog.

Deze excursie maakte de leerlingen bewust van hoe verschrikkelijk de Eerste Wereldoorlog was, en daardoor ook hoe dankbaar we mogen zijn dat we in vrede mogen leven. Ook werd duidelijk hoe zinvol het is om te herdenken. Op het monument op Tyne Cot wordt dit treffend verwoord: “Their name liveth for evermore” (tekst uit het deuterocanonieke boek Wijsheid van Jezus Sirach). De namen van de soldaten die vrede mogelijk hebben gemaakt, worden niet vergeten doordat ze worden herdacht.