Als er eventjes een time-out nodig is

Een stoel naast een bureau is een klaslokaal geworden, een steunpunt voor passend onderwijs waardig.

Artikel Tubantia | 29 november 2014 

ENSCHEDE – Zomaar even de klas uit lopen om te praten over je frus­traties en elke week hulp krijgen bij het inplannen van je huis­werk? Voor vijftien kinderen op de Enschedese scholengemeen­schap Greijdanus is dat tegenwoor­dig heel normaal.

In het steunpunt voor passend on­derwijs kunnen deze vijftien kin­deren, die allemaal een leerachter­stand of een ontwikkelingsstoor­nis hebben, terecht met al hun vra­gen. Ze hebben een eigen ‘ontwikkelingsperspectief’.

Anita Odink is de coördinator van het steunpunt en gedragsspecialis­te. Voor de opening van het steun­punt zat ze op een andere plek in de school, minder zichtbaar.

„Daar stond een stoel naast mijn bureau, waar een leerling kon gaan zitten. Het was niet zo toe­gankelijk als de ruimte waar we nu zitten.” Die ruimte is zo groot als een klaslokaal. „Het is multi­functioneel ingericht”, vertelt Odink.

Er staan bureaus, waaraan zij en een maatschappelijk dienstverle­ner kunnen werken. Ook zijn er plekken waar leerlingen kunnen zitten. Tegen een muur zijn stilte­plekken geplaatst en in een hoek staat een bank waar leerlingen kunnen praten over de dingen waar ze mee zitten. Na een time­out van een paar minuten kunnen ze dan terug naar de les.

Rense Diepeveen en Anne-Gé Buf­finga zijn allebei 13 jaar en zitten in klas 1A, op het vmbo. De twee jongeren hebben een autische stoornis en horen bij de vijftien leerlingen op school die gebruik­maken van het steunpunt. Rense en Anne-Gé zijn er allebei blij mee. „Het is erg fijn om op maan­dag de hele weekplanning te ma­ken”, zegt Rense. „Dan kijk je tij­dens de rest van de week in de agenda en weet je precies wat je moet doen.”

Greijdanus is een christelijke school. Het steunpunt sluit aan op hun visie op de kinderen, legt Odink uit. „Elk kind is uniek, dat is de basis van ons denken. We zorgen ervoor dat elk kind gekend en erkend wordt. Omdat we zo’n kleine school zijn, met maar 150 leerlingen, kan dat.”

De kleinschaligheid maakt dat de docenten alle leerlingen kennen.

„De onderwijsbehoeftes van de leerlingen worden gezien”, zegt Odink. Maar omdat er zo weinig leerlingen zijn, kunnen er geen speciale klassen worden gemaakt met leerlingen die leerwegonder­steuning nodig hebben. „Dat kan op grote scholen wel.”

Om de informatie over leerlingen zo compleet mogelijk te maken, werkt Greijdanus samen met de basisscholen waar de kinderen vandaan komen. Met het Bonhoef­fer College wisselt ze informatie uit over de begeleiding van kinde­ren met speciale behoeftes.

Als het steunpunt een tijd loopt, worden er zogenoemde ‘uitda­gingskinderen’ aan het steunpunt toegevoegd. Hoogbegaafde kinde­ren kunnen dan ook terecht voor een extra uitdaging.

Ton Sebens is de vestigingsdirec­teur van het Greijdanus in Ensche­de. Hij is erg enthousiast over de vernieuwing binnen zijn school.

„Het steunpunt heeft een enorme meerwaarde. Behalve leerlingen kunnen we leraren helpen. Als zij vragen hebben, kunnen ze ook hier terecht. Op die manier weet elke docent waar hij op moet let­ten en kan er maatwerk worden geleverd in de klas.” Niet alle leraren waren direct en­thousiast over het idee. Elke klas heeft een eigen groepsplan. In dat plan staan de omgangsvormen voor elk kind beschreven. Voor de docenten is het meer werk nu ze niet meer iedereen dezelfde les ge­ven, maar met allemaal verschil­lende behoeftes rekening moeten houden. „Dat vraagt wat van hen en dat kost tijd. Door momenten waarop blijkt dat juist daardoor dingen goed gaan, ervaren zowel docenten als leerlingen succesmo­menten. Daar worden ze daar alle­bei sterker van”, aldus Sebens.

 Greijdanus Enschede wil elk kind de plek geven die het verdient, ook als het wat moeilijker is