School en gezin

 

Stevige band

Zoals gezegd hecht het Greijdanus veel waarde aan een stevige band tussen school en gezin. De school wil gereformeerd onderwijs bieden dat aansluit bij de opvoeding thuis. En uiteraard vormt de persoon van de leerling een verbinding tussen school en thuis. Dit is altijd zo, en zeker wanneer er zich problemen voordoen.

De school is zo georganiseerd dat elke klas een mentor heeft, die zijn leerlingen goed kent. Deze mentor is ook de eerstaangewezen contactpersoon voor ouders.

Binnen elk van de sectoren en afdelingen worden ouderavonden gehouden, vaak met een algemeen deel, gevolgd door een ontmoeting in het verband van de ouders van één klas, samen met de klassementor.

Wanneer leerlingen in de loop van hun opleiding een keuze moeten doen, voor een afdeling of voor een vakkenpakket, dan worden de ouders daarbij betrokken, samen met hun zoon of dochter. Dit kan door een persoonlijk gesprek, of - zoals in het VBO - schriftelijk.

 

Formele betrokkenheid

En verder is er een belangrijke verbinding tussen school en ouders via de oudergeleding van de medezeggenschapsraad. Deze wordt uit en door alle ouders gekozen.

De vrijgemaakt-gereformeerde ouders kunnen ook lid zijn van de vereniging waar de school van uit gaat. Het bestuur van deze vereniging fungeert als het bevoegd gezag van het Greijdanus.

 

Vorming, opvoeding, onderwijs

Een nauwe verbinding tussen school en ouders is dus belangrijk. Maar even belangrijk is vast te stellen dat school en ouders wel degelijk een verschillende positie en taak hebben.

Om dit duidelijk te maken, kan onderscheiden worden tussen vorming, opvoeding en onderwijs. Met vorming wordt bedoeld het geheel van alle processen waardoor mensen in hun ontwikkeling worden gestimuleerd en gericht. Opvoeding en onderwijs behoren dus tot de vorming, maar vorming omvat veel meer. Ook bij voorbeeld alles wat mensen meemaken in informele verbanden (vriendschappen) of meer geïnstitutionaliseerd (kerkelijke activiteiten en deelname aan verenigingsactiviteiten).

Opvoeding is de gerichte beïnvloeding van onvolwassenen, waarbij sprake is van een opdracht en een gezagsverhouding. De plaats bij uitstek voor de opvoeding is het gezin. Maar volgens deze omschrijving moet ook onderwijs aan onvolwassenen tot opvoeding gerekend worden. Dit is van groot belang voor het Greijdanus. De school is zich ervan bewust dat de school, in het werken aan heel concrete onderwijsprogramma's, een pedagogische taak heeft. Het bijzondere van de school is vervolgens dat met inschakeling van professionele onderwijsmensen, in een aparte, institutionele setting, systematisch gewerkt wordt aan het scheppen van voorwaarden tot leren. Op tal van vakgebieden werken leerlingen aan het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden. De school is ervoor verantwoordelijk de leerlingen daartoe uit te dagen en daarbij te steunen.

 

School heeft eigen verantwoordelijkheid

Het Greijdanus laat zich veel gelegen liggen aan de meningen en wensen van ouders. Maar uiteraard is het niet altijd mogelijk, ook niet in een gereformeerde school, verschillen van opvatting te overbruggen. De school voert een eigen beleid, is altijd bereid daarover met ouders te spreken, maar kan niet altijd voor kritiek zwichten.

Ouders moeten zich er daarom ook van bewust zijn dat zij hun eigen opvoedingstaak niet simpelweg kunnen uitbesteden aan de school. Samen met zoon of dochter zelfstandig volgen wat op school gebeurt, blijft voor ouders noodzakelijk.

 

Grenzen

Anderzijds realiseert de school zich dat de leerlingen primair deel uitmaken van een gezin. In onderwijs en begeleiding neemt de school duidelijk grenzen in acht. Dat betekent terughoudendheid ten aanzien van persoonlijke zaken van de leerling. De school zal verder de verscheidenheid die ook tussen gereformeerde gezinnen bestaat, respecteren. En verder zal elke bemoeienis met een leerling, met name waar deze met bepaalde moeiten worstelt, gemotiveerd moeten kunnen worden door de onderwijsdoelstellingen van de school (die overigens tamelijk breed zijn, zoals al is beschreven). In gevallen waar dit voor de persoon van de leerling onvoldoende lijkt, zal worden verwezen naar hulpverleningsinstanties. Dit laatste gebeurt in ieder geval ook wanneer problematieken van dien aard zijn dat specialistische hulp noodzakelijk lijkt.

 

Contacten met ouders

De contacten tussen ouders en school zijn velerlei. Met meest frequent zullen ouders contact hebben met de klassementor. Ook kan contact gewenst zijn tussen ouders en een vakdocent, een adjunct of directielid. Het initiatief kan genomen worden vanuit de school en door de ouders.

Na het eerste en het tweede rapport wordt een spreekavond georganiseerd. Ouders kunnen dan met de mentor van hun zoon of dochter spreken, of volgens een op te stellen rooster steeds gedurende tien minuten met een aantal docenten, adjuncten en directieleden.

Jaargroepsgewijs worden ouderavonden gehouden.

Er bestaan periodiek verschijnende organen voor het contact tussen school (vestiging) en ouders.

De directie in Zwolle houdt wekelijks een telefonisch spreekuur voor ouders. Dit spreekuur is niet bedoeld om andere contacten tussen school en ouders te vervangen. Het is als aanvullende voorziening bedoeld, met name voor gevallen waarin ouders moeilijk op een andere wijze gehoor binnen de school vinden.